Hij was even in Nederland, over uit Amerika. Voordat hij als gast aanwezig zou zijn op de premièreavond van mijn event in Amsterdam, maakten we tijd voor een gesprek. Niet zomaar een gesprek, maar één van die zeldzame ontmoetingen waarin iets verschuift. Waar woorden niet bedoeld zijn om te overtuigen, maar om te openen. We spraken over trauma en over flow. Over boeken die zichzelf aandienen, over ademruimte en de stille kracht van verwondering. Over dat mysterieuze moment waarop je voelt dat je iets niet hóeft te begrijpen om te weten dat het waar is.
Jan Bommerez. Trauma-specialist, leraar en bovenal: is hij volgens mij iemand die niet uitlegt om te overtuigen, maar deelt om te verbinden. Iemand bij wie je niet het gevoel hebt dat je iets moet ‘snappen’, maar juist mag zakken in wat je eigenlijk allang voelt.
“Je hoeft niet alles te begrijpen. Je hoeft niet te forceren. Het systeem weet vaak meer dan jij denkt.”
We komen in ons gesprek al snel uit op onze gedeelde passie voor boeken. Jan vertelt dat hij op een bijzondere manier leest met kleurpotloden waardoor hij woorden en ideeën niet alleen ziet, maar ook voelt en verwerkt.” Ik ben dol op creativiteit, maar bij Jan merk ik dat zijn creativiteit met kleuren in boeken een doel heeft: beter leren lezen en begrijpen. Heerlijk die creativiteit! Hij noemt het whole brain reading: intuïtief bladeren, visueel opnemen en het structureren pas later doen. Niet vanuit controle, maar vanuit vertrouwen dat wat blijft hangen, belangrijk is. Die houding doordrenkt alles wat hij vertelt. Over leren, over trauma, over het leven zelf. Hij benadrukt dat lichaam, hart en hoofd samen leren en dat inzichten vaak eerst in het lichaam opkomen. Lichaamsgerichte oefeningen zoals ritmisch ademen of ‘focusing’ helpen spanning los te laten en innerlijke wijsheid te voelen. Zijn systeemdenken laat zien dat je niet alleen symptomen ziet, maar patronen en verbanden herkent. Alles wat hij deelt komt terug op één eenvoudige waarheid: je hoeft het niet te doen met je hoofd. Je lijf weet de weg.
Vertrouwen dus eigenlijk, als dagelijkse oefening en niet alleen in concept. Jan vertelt mij hoe hij weleens een boekwinkel binnenstapte zonder plan en hoe er letterlijk een boek uit het schap viel. “Ze kiezen mij,” zei hij. Alsof het leven zelf hem fluistert: “dit is nu voor jou.” De ene keer was het De Alchemist, de andere keer All You Can Do is All You Can Do but All You Can Do is Enough! Dat laatste boek las hij wel 5x want sommige boodschappen moet je nu eenmaal herhalen tot ze landen en dan kan op ieder moment dat je het leest ook weer verschillend zijn. Misschien is dat wel wat heling écht is: herinneren. Niet jezelf verbeteren, maar terugkeren naar wie je al bent.
Je hoeft het niet te doen met je hoofd. Je lijf weet de weg.
Jan verwijst naar het werk van Bessel van der Kolk, die benadrukt dat trauma in het lichaam leeft. In je ademhaling, in hoe je kijkt, in hoe je reageert op liefde, tederheid. “Zolang we trauma alleen psychologisch benaderen,” zegt Jan, “blijven we symptomen behandelen in plaats van de oorzaak.” Hij pleit voor een mensbeeld waarin alles er mag zijn, ook het ‘niet-weten’, ook de pijn. Want helen is niet hetzelfde als fixen. Het is durven voelen en daarin gedragen worden.
“Je bént niet je verhaal maar het verdient wel erkenning”
Wat me het in ons gesprek ook zeker raakte, was wat Jan zegt over lijden. Hij haalde het Bijbelboek Job hierbij aan. Niet als dogma, maar als metafoor. “Wat als het niet gaat om het vermijden van pijn, maar om wie je wordt als je erdoorheen beweegt?” Het Bijbelboek Job vertelt namelijk het verhaal van een man die alles verliest: zijn gezondheid, zijn rijkdom, zijn kinderen zonder dat hij daar iets aan ‘verdiend’ heeft. Zijn vrienden zoeken verklaringen, geven hem goedbedoelde adviezen, maar uiteindelijk blijft hij achter met slechts één vraag: waarom? Het antwoord komt niet in verklaringen, maar in overgave. Het boek Job stelt niet de pijn centraal, maar de transformatie die eruit kan ontstaan. Niet omdat lijden zinvol móét zijn, maar omdat het soms de plek is waar je het diepst thuiskomt bij jezelf en precies daar verwees Jan naar. Niet naar het drama, maar naar de diepgang die ontstaat als je durft te blijven ook als je het (nu nog) niet begrijpt.
Het gesprek met Jan was als een spiegel die je niet veroordeelt, maar zachtjes uitnodigt.
Om thuis te komen, in jezelf.
Om te leven vanuit zachtheid in plaats van snelheid.
Om te voelen in plaats van forceren.
Zoals hij het zelf zei: “Liefde is niet iets dat je moet vinden. Het is wat je bént zodra je stopt met jezelf te verliezen in het zoeken.”
En precies dáár in die zachtheid … zit je kracht.
